Wanneer jouw kind ondersteuning kan gebruiken bij het leren (uit)spreken. Herken je mogelijk één of meerdere van onderstaande hulpvragen:

  • Het spreken komt bij jouw kind niet of nauwelijks op gang.
  • Jouw kind kan niet goed een verhaal vertellen of opschrijven.
  • Jouw kind vindt het erg spannend om te spreken of voelt zich niet vrij om te spreken.
  • Jouw kind maakt hele korte zinnen.
  • Jouw kind is niet goed te verstaan.
  • Jouw kind mompelt of praat te snel of juist langzaam.
  • Jouw kind hapert of stottert.
  • Jouw kind spreekt erg door de neus of klinkt bijna altijd verkouden.
  • Jouw kind heeft last van zijn/haar stem (heeft bijvoorbeeld pijn of klinkt hees/schor).
  • Jouw kind zuigt nog dagelijks op een speen, duim en/of vingers en is al 3 jaar.
  • De tandarts/orthodontist heeft aangegeven dat de tong tijdens het slikken tegen de tanden duwt.