Wanneer jouw kind ondersteuning kan gebruiken bij het bewegen. Herken je mogelijk één of meerdere van onderstaande hulpvragen:

  • Jouw kind valt of struikelt vaak.
  • Jouw kind loopt veel op zijn tenen.
  • Jouw kind geeft aan pijn te hebben na het sporten of bewegen of vindt sporten niet leuk.
  • Jouw kind ervaart algemeen pijn in spieren en/of gewrichten (je vermoedt groeipijn).
  • Jouw kind vindt het lastig zijn bewegingen te coördineren (is wat onhandig met bewegen).
  • Jouw kind heeft een blessure opgelopen.
  • Jouw kind wil na een ongeluk/ziekte weer starten met sporten.
  • Jouw kind is erg vermoeid/snel vermoeid.

Kijk voor meer signalen ook bij grove motoriek.